Evoluties in de bierwereld het voorbije decennium

De eerste editie van het Bierjaarboek verscheen in oktober 1984 (toen nog het Biersmaken zakboekje). Gedurende een decennium werd door Peter Crombecq de biercultuur op de voet gevolgd. Een ideaal moment om de belangrijkste evoluties eens op een rijtje te zetten.

  1. Brouwerijen: vele verdwenen, nog meer kwamen er bij. Een goede zaak?
  2. Bierhuizen en -handels: aantal stijgt, aanbod daalt.
  3. Smaken en soorten: vervlakking en verdieping. Hand in hand!
  4. Consumenten: zij zien het bos niet meer door de bomen. Meer informatie a.u.b.!
  5. Pleidooi: leve het bier!

Brouwerijen: vele verdwenen, nog meer kwamen er bij. Een goede zaak?

Een belangrijke negatieve conclusie is: de inwoners van een bierdrinkend land (zoals BelgiŽ) drinken gemiddeld elk jaar 80 miljoen minder pinten dan het jaar voordien. 80 miljoen pinten of 200.000 hl is de omzet van een middelgrote of van vele kleine brouwerijtjes samen. De voorspelling dat de bierdrinkende landen evolueren naar een jaarconsumptie van 100 liter bier per hoofd van de bevolking, lijkt meer en meer een realiteit. De brouwerijen trachten dit verlies ondermeer te compenseren door hun bieren uit te voeren. De eenwording van de Europese markt heeft er anderzijds voor gezorgd dat grote brouwerijen de thuismarkt wensten te consolideren, en zij deden dit door middelgrote brouwerijen te kopen en alzo hun vast distributienet te vergroten. De daaropvolgende centralisatie van de brouwactiviteiten betekende de doodsteek van vele brouwerijen en nog meer biersoorten. Vooral Interbrew houdt in de lage landen lelijk huis. Vele middelgrote brouwerijen verdwenen, nog meer microbrouwerijen kwamen erbij. In BelgiŽ groeide het aantal brouwerijen met 15%, in Nederland verdrievoudigde het aantal bijna. Deze microbrouwerijen werken soms in 'artisanale' omstandigheden. Vele brouwsels zijn dan ook geÔnfecteerd, stinken of smaken naar cola. Van de consumenten krijgen de nieuwe brouwerijtjes krediet, maar niet veel. Kunnen zij die brouwtechnische problemen niet oplossen op korte termijn, dan ver-dwijnen ze weer. En dat is maar goed ook! Positieve conclusies zijn er eveneens. Zo hebben de grote brouwerijen de 'speciaalbieren' herontdekt. De overnamepolitiek werd niet zelden geÔnspireerd door de ambitie om het eigen aanbod te verruimen. Veel constructiever is de creatie van een totaal nieuw bier. Vooral de grote brouwerijen in Nederland profileren zich op dit vlak (voornamelijk om de Belgische invoer te beconcurreren), maar ook in BelgiŽ hebben grote brouwerijen nieuwe bieren aangeboden, waarbij de meest opvallende positieve verschijning toch de Belle Vue Selection Lambic is (die ondanks zijn veel te beperkte verkrijgbaarheid toch de meest verkochte traditionele geuze is). Op dit vlak schieten overigens vele nieuwe creaties te kort. De belangrijkste doelstelling blijft in vele gevallen: de concurrent beconcurreren met een gelijkend (gekopieerd) bier. Nieuwe creaties die nieuwe consumenten lokken (of teruglokken) lijken een te groot risico. Een andere positieve tendens is het feit dat men niet langer een brouwerij moet bezitten om bieren te kunnen brouwen. Totaal nieuw is immers het fenomeen van de brouwerijhuurders, personen of bedrijven die gebruik maken van een bestaande brouwerij om hun creaties uit de brouwketel te toveren. De leefbaarheid van deze bedrijven is groter, de kwaliteit van de bieren is meestal hoger en het aanbod voor de consument wordt uitgebreid.

Bierhuizen en -handels: aantal stijgt, aanbod daalt.

De gespecialiseerde bierhuizen en -handels zijn eveneens niet ontsnapt aan belangrijke evoluties. Waar 10 jaar geleden nog maar enkele cafťs en handelaars de enorme markt van de speciaalbieren bemerkt hadden, weten de meeste zaakvoerders nu dat er nog iets anders is dan de lokale pils. De pioniers van toen, die niet zelden enkele honderden bieren in hun gamma hadden staan, inspireerden vele collega's en vandaag de dag zijn er tientallen bierhuizen en -handelaars die 80 tot 100 speciaalbieren kunnen aanbieden. Een andere belangrijke conclusie is dat de meeste handelszaken die vroeger honderden bieren verkochten, dit aanbod hebben gereduceerd tot de 100 best verkochte. Negatief hierbij is dat die 'best verkochte' niet zelden die bieren zijn die worden gesteund door de grootste reclamecampagnes. De traditionele brouwsels en de bieren van zeer kleine brouwerijen komen hierdoor veel minder aan bod. Slechts een beperkt aantal idealisten houden er nog aan vast om deze bieren op te sporen en ze in hun gamma op te nemen. Duidelijk is ook dat de consument beter is ingelicht. Hij gaat het bier nu zelf halen bij de brouwerij, wat bij vele gespecialiseerde bierhandelaars omzetvermindering tot gevolg heeft gehad. Algemeen kan men zeggen dat er meer gespecialiseerde bierhandelszaken zijn die een kleiner aantal (gemiddeld 80 ŗ 100) bieren aanbieden dan 10 jaar geleden.

Smaken en soorten: vervlakking en verdieping. Hand in hand!

Zoals reeds eerder gezegd, in de loop van de 10 jaar is er een duidelijke smaakvervlakking opgetreden. Vele traditionele bieren verdwenen en werden vervangen door gekopieerde bieren. Dramatisch is de toestand van de zurige bieren zoals de traditionele geuzen, de saisonbieren en de Vlaamse oud bruinbieren. De omzet daalt nu al 10 jaar aan ťťn stuk, brouwerijen verdwijnen, soorten verdwijnen, merken verdwijnen. Het zurige smaaksegment van de bieren is nagenoeg verdwenen. Indien de consument de weg naar deze oer-traditionele bieren niet terugvindt, zal bij de eeuwwisseling, over de zurige bieren, in de verleden tijd worden gesproken (profiteer er nu van, het zijn de laatste). Wat komt er in de plaats? Donkere en blonde speciaalbieren, liefst zoveel mogelijk gelijkend op de trappistenbieren. De donkere en blonde bieren situeren zich meestal in het neutrale tot zeer zoete smaaksegment met de klassieke iets bitterige nasmaak. Zo hebben we er reeds 100 in een dozijn. Gelukkig is dit niet helemaal waar. De laatste jaren is er een duidelijke herwaardering van de bittere bieren waarbij Nederland trendsetter was (met Christoffelbier, een ongefilterd, niet gepasteuriseerd pilsachtig bitter). Men experimenteert met hopbellen, in de hoofdgisting, bij de nagisting en zelfs in de fles. Deze tendens is werkelijk een uitdieping, een verrijking van het bittere smaaksegment. Een andere opmerkelijke evolutie is het gebruik van andere ingrediŽnten dan water, mout, gist, en hop. Tien jaar geleden was een kruidenbier een opgemerkte uitzondering. Men kon het nog rangschikken als een aparte soort. Nu is het gebruik van de meest diverse kruiden in alle mogelijke biersoorten zodanig ingeburgerd dat een aparte categorie onmogelijk vol te houden is. Niet alleen kruiden maar ook diverse fruitsoorten maakten hun opwachting. Zo merken we nieuwe bieren op waarbij vijgen en sleedoorn een hoofdrol spelen. Negatief hierbij is dat veel van de gebruikte fruit-essences enkel aroma-componenten bevat die aan de fruitsoort doen denken, maar waarbij het fruit er nog niet eens naast gelegen heeft. Bovendien worden deze essences ondergedompeld in een onbehoorlijke hoeveelheid suikersiroop, wat het bier verzoet tot een plakkerige substantie. Het wordt dan ook aanbevolen deze bieren zeer koud te consumeren, zodanig dat je zo weinig mogelijk proeft. Andere positieve tendensen zijn het gebruik van andere zetmeelbronnen dan gerstemout. De explosie van tarwebieren de laatste 10 jaar is niemand ontgaan. Maar in Nederland bestaan er ook bieren waarbij rogge en haver basisbestanddelen zijn. De klassieke gerstemout wordt soms gerookt (wat aanleiding heeft gegeven tot het eerste rookbier, Fumťe d'Anvers van Villers) of geparfumeerd zoals bij whiskey (Mc Gregor van Huyghe). Niet alleen met de ingrediŽnten wordt geŽxperimenteerd, ook met de bereidingswijze. Meer en meer brouwers trachtten al eens om bier in zijn meest natuurlijke vorm aan de consument aan te bieden (bijv. de Mousel gezwickelte beier). Gewoon, rechtstreeks uit de lagertank. Altijd is dit een positieve proefervaring. Ongefilterde, niet gepasteuriseerde pils uit de lagertank is een fantastisch lekker bier. Het behandelingsproces versmoort de meest aantrekkelijke smaakcomponenten. Kortom, op enkele excessen na heeft de brouwer zijn arsenaal aan ingrediŽnten gevoelig uitgebreid. Dit betekent duidelijk een verrijking van biersmaakpatrimonium. Dramatisch is echter de teloorgang van het zurige smaaksegment. Een zeer positieve evolutie is ook de enorme groei van de seizoen- en de feestbieren. Nederland heeft hier duidelijk de weg gewezen. Terwijl in BelgiŽ nog enkel een paar koppige brouwers volhielden aan een te lang vervlogen traditie van martzen-, kerst- en paasbieren, kende de filosofie achter het bokbier in Nederland een onvoorstelbaar explosieve groei. De overeind gebleven bokbiertraditie inspireerde de brouwers om ook een lentebok te maken. Nu beleven we in Nederland de on-gelooflijke luxe van lente-, zomer-, herfst-, en winterbieren, kerst-, paas- en jubileumbieren (er is altijd wel ťťn of ander jubileum). De consument krijgt nu een permanent aanbod, een seizoenaanbod en een feestdagaanbod, van dezelfde brouwerij. De Belgische brouwerijen schoten wakker en eind 1994 konden de Belgen opnieuw genieten van tientallen kerstbieren. Zeer aarzelend vinden we daar nu ook reeds een paar lentebieren.

Consumenten: zij zien het bos niet meer door de bomen. Meer informatie a.u.b.!

Vanuit het gezichtspunt van de consument zijn er ook goede en slechte evoluties. Een goede evolutie is ongetwijfeld het feit dat een aantal taboes werd doorbroken. 'Etiketbieren of B-merken' (een etiketbier is hetzelfde bier, verkrijgbaar onder verschillende namen en dikwijls met een verschillende prijs) was 10 jaar geleden een totaal onbespreekbaar onderwerp voor de brouwers. Nu geven de meeste brouwers correcte informatie, indien men hen ernaar vraagt. Het alcoholgehalte was een zeer zeldzaam verschijnsel op het etiket. Nu is de vermelding verplicht geworden. De openheid van de brouwers dient echter nog verder doorgetrokken te worden. Een ingrediŽntenlijst moet absoluut op het etiket verschijnen. Ook hier is Nederland veel verder gevorderd dan BelgiŽ en Luxemburg (Luxemburg is een bierland met weinig spectaculaire veranderingen het laatste decennium). Een aantal Nederlandse brouwers vermeldt naast de basismaterialen eveneens welke kruiden, alternatieve zetmeelbronnen en suikers werden toegevoegd. In BelgiŽ is dit nagenoeg onbestaand. Een slechte evolutie is ongetwijfeld de overrompeling van de markt door eenmalige gelegenheidsbieren (enkele honderden per jaar) en permanent verkrijgbare etiketbieren (zo'n 40% van het totaalaanbod). Deze voor de consument onoverzichtelijke chaotische toestand dient door de wetgever aan banden worden gelegd. De bestaande wetgeving moet strikter toegepast (bijv. herkomstverplichting) en uitgebreid worden. De wetgever dient de brouwer te verplichten om op het etiket van gelegenheids- of etiketbieren het originele bier (het moederbier) te vermelden. Enkel op deze wijze zal het bieraanbod weer enigszins doorzichtig worden voor de consument, enkel dan kunnen de traditionele bieren weer de plaats veroveren die hen toekomt. De slechtste beslissing die de wetgever de laatste 10 jaar heeft genomen is de onvoorwaardelijke invoering van de voor de consument zinloze houdbaarheidsdatum. Daar waar bier eerder thuishoort in de wetgeving rond wijn, werd, onder druk van de Europese Unie, de reglementering van melk op bier losgelaten. De belachelijke houdbaarheidsdata, waarvan de keuze van de datum enkel geÔnspireerd wordt door economische motieven, zouden beter vervangen worden door de botteldatum. Ook voor pils. En dat men er dan bijzet 'zo snel mogelijk opdrinken', of 'behoudt 6 maanden de oorspronkelijke smaak', of 'met smaakevolutie' of 'onbeperkt houdbaar'... Positief dan weer is dat het gebruik van bier in de keuken een grote bloei kent. De 'terugkeer naar vroeger' leidt tot het heroppoetsen van oude streekrecepten en bier is daar dikwijls een essentieel onderdeel van. In nieuwe creaties van uitgelezen restaurants vinden we eveneens meer en meer het gebruik van bier terug, zowel naast als in de gerechten. Bier is in de keuken herontdekt.

Pleidooi: leve het bier!

Samengevat zou ik een pleidooi willen houden voor het behoud en de promotie van de traditionele en originele bieren. Geef de consument een overzichtelijk aanbod waarin alle smaakvariŽteiten aan bod komen, ban het nutteloze overschot. Eerlijkheid en openheid, eerder dan achterbaksheid en geheimzinnigdoenerij, zal ook de kwaliteit en de appreciatie van de bierwereld in grote mate doen toenemen. Steunt u als bierliefhebber deze ideeŽn, wordt dan lid van de bierconsumentenvereniging in uw land (zie verder). Zij ijveren onbaatzuchtig voor bovengenoemde doelstellingen. Ik ben er mij van bewust dat dit voorwoord vooral benaderd werd vanuit het gezichtspunt van de consument. Ik ben ook een consument, een bierconsument. Ik drink graag bier! Mijn motivatie om dit boek samen te stellen ligt dan ook alleen op het idealistische vlak. Ik hoop met mijn schrijfsels een bijdrage te kunnen leveren aan het in stand houden en het opwaarderen van de biercultuur in de lage landen. Peter Crombecq










Menu
Top van deze pagina
Benelux-biergids Bieren Brouwerijen
Bierhuizen Bierhandels Bierclubs
Schol Over Bier Bier op Internet Bierjaarboek


De auteur van deze pagina's kan gecontacteerd worden via Peter.Crombecq@dma.be

Deze pagina's konden enkel tot stand komen dank zij de Digitale Metropool Antwerpen.